Ze stuurden me steeds naar huis met pijnstillers. Tot mijn benen ermee stopten.
In mei 2024 begon het. Lage rugpijn. Niks bijzonders, dacht ik. Ik was 27, zat in mijn laatste jaar Social Work en stond op het punt om af te studeren. Ik had wel vaker wat last van mijn onderrug gehad. De huisarts vond het ook niet zorgwekkend. Fysiotherapie en paracetamol, dan zou het wel overgaan.
Dus dat deed ik. Maandenlang.
Soms leek het beter te gaan. Soms slechter. Maar nooit goed.
In november kwam de pijn terug. Niet een beetje. Keihard.
Vanaf dat moment zat ik bijna wekelijks bij de huisarts. Elke keer ging ik naar huis met weer een ander doosje pijnstillers: naproxen, tramadol, paracetamol. Niemand keek verder. Niemand leek te zien hoe snel dit achteruitging. Ondertussen probeerde ik alles wat ik kon bedenken: dry needling, acupunctuur, fysiotherapie. Ik wilde zó graag dat het beter werd.
Maar het werd alleen maar erger.
In december kon ik me bijna niet meer bewegen. De pijn was niet meer uit te houden.
Op 27 december brak ik. Ik belde de spoedpost. Ik kon niet meer. Ik kreeg opnieuw tramadol voorgeschreven, iets wat al weken totaal niets deed.
De volgende ochtend gebeurde het, mijn benen vielen uit.
Ik voelde niets meer vanaf mijn onderrug naar beneden.
Ik belde weer de spoedpost. Ik mocht langskomen. Ik kon niet lopen. Ik woon in een maisonette met een trap. Hoe ik beneden ben gekomen weet ik nog steeds niet. Het is een waas.
In het ziekenhuis vonden ze het geen spoed. Ik werd naar huis gestuurd met oxycodon, naproxen en paracetamol. Ik moest wachten op een ‘gewone’ MRI.
Ik kon mijn eigen huis niet meer in, omdat ik die trap niet meer op kwam. Dus ik moest bij mijn moeder gaan wonen.
Op 2 januari kreeg ik eindelijk een MRI. Toen was het ineens wél spoed. Een grote hernia. Operatie nodig.
En toen kwam de zin die mijn leven voorgoed veranderde: de zenuw had te lang bekneld gezeten. De kans op herstel was klein. Ik zou waarschijnlijk blijvende schade houden. Misschien zou ik mijn benen nooit meer goed kunnen voelen… Ik was 27.
Mijn hart brak. Ik brak.
Niet alleen van verdriet, maar ook van woede. Ze hadden me zó lang laten lopen. Zó vaak weggestuurd. Zó vaak niet geluisterd.
Op 10 januari werd ik geopereerd in het OLVG.
De revalidatie was zwaar. Het gevoel in mijn rechterbeen kwam gelukkig terug. Daar ben ik dankbaar voor.
Maar de schade is er.
Ik ben incontinent.
Mijn linkeronderbeen voel ik niet.
Dat zorgt voor pijn, ongemak, uitputting, dagelijkse beperkingen.
Ik ben nu 29.
En ik wil gewoon leven zoals ieder ander van mijn leeftijd, reizen, uitgaan, spontaan zijn, naar concerten en festivals, sporten, kortom… de wereld zien!
Maar zelfs een treinreis is een uitdaging als je niet kunt zitten. Een half uur staan lukt niet. Lange stukken lopen lukt niet. Alles kost planning. Alles kost energie. Alles vraagt aanpassingen.
Wat mensen niet zien, is wat dit mentaal met me doet.
Het rouwen om het leven dat ik had.
Het rouwen om het lichaam dat ik had.
Het rouwen om de vrijheid die ik kwijt ben.
En het besef dat dit misschien voorkomen had kunnen worden als er eerder was geluisterd.
Daarom vertel ik dit.
Voor de mensen die dit herkennen en zich alleen voelen.
Voor patiënten die voelen dat er iets écht mis is en zich niet serieus genomen voelen.
En voor zorgverleners, zodat ze zien wat de gevolgen kunnen zijn van te laat handelen.
Want soms is “het zal wel meevallen” precies het moment waarop het dat níét doet!
Alle persoonlijke ervaringen vind je hier
Ook je verhaal delen? Dat kan op deze pagina.
